Pela en Gandong

Het artikel hieronder is overgennomen van: http://www.nunusaku.com/05_adat/02_pela/primers/pelaschlap.html

—————————-

In gesprekken met Molukkers valt vroeg of laat het begrip pela-schap. Daarbij neemt men van molukse zijde vaak als van-zelfsprekend aan dat ieder weet waar hij of zij het over heeft. Uw gesprekspartner gaat helemaal onbewust van die veronderstelling uit, omdat pela-bondgenootschappen van centraal belang zijn of haar samenleving. Daarom komt het bij de Molukker eenvoudigweg niet op, dat niet-Molukkers daarvan weinig of niets weten.

Als u inderdaad niet veel weet over het pela-schap en er wel in geinteresseerd bent, dan zult u zeker door willen lezen. Want op de volgende bladzijden wil ik een poging doen tot een lort overzicht van deze opmerkelijke instelling in de Molukse samenleving.

Het dorp; kern van de Molukse Samenleving

Globaal genomen is de helft van de bevolking op de Midden-Molukken van protestants-christelijke huize. De andere helft behoort tot de islam. Buiten de stad Ambon leven de Molukkers in dorpen, die vrijwel geheel christelijk of geheel moslim zijn, op een paar uitzonderingen na. Deze dorpen vormen de grootste politieke eenheden binnen de samenleving van de Midden-Molukken, als wij het regeringsapparaat van de indonesische overheid, dat over die samenleving heen is gelegd, even niet meerekenen.

Economisch gezien kunnen de Molukse dorpen zich nog steeds vrij goed zelf bedruipen, tenminste wat de voedselvoorziening betreft. De (landbouw) opbrengsten (zoals copra en kruidnagelen) worden direct verkocht aan de handelaren in de stad en artikelen die betrekking hebben op het moderne leven, worden gewoonlijk ook op de markt in Ambon gekocht. Er is slechts een beperkte handel tussen de dorpen onderling. De verhouding met de aangrenzen-de dorpen is vaak gespannen, soms zelfs vijandig.

Eén van de redenen daarvan is, dat de grenzen niet goed vastliggen en dat een steeds toenemend aantal mensen gevoed moet worden. Dit leidt vaak tot ruzies over land tussen aangrenzende dorpen. De infrastructuur (wegen, vervoer over water) is vrij gebrekkig, waardoor de onderlinge contacten tussen de dorpen op de meeste plaatsen nog erg moeilijk is.

Dorpsverbondenheid

Kortgezegd betekent dit dat de dorpen van de Midden-Molukken nog steeds zoals in vroegere tijden, vrij onafhankelijk van elkaar, leven; dit wordt nog versterkt door een grote loyaliteit ten opzichte van het eigen dorp (satu kampung), een loyaliteit, die, na meer dan dertig jaar ballingschap, nog steeds sterk is gebleven onder de Molukkers in Nederland. Deze verbondenheid met de eigen kampung is niet alleen eeen gevoelsmatige aanhankelijkheid aan de plaats van herkomst, maar is gebonden aan strenge sociale verplichtingen.
Wanneer ooit het dorp als geheel, of de (dorps) bewonwers persoonlijk, help nodig heeft of hebben, dan dient men zonder aarzelen te hulp te schieten. Het is daarom eigenlijk verwonderlijk, dat in zo’n ssituatie van vrij grote geisoleerdheid door de natuur en door de verscheidenheid in sociaal opzicht, zich een gemeenschappelijke Midden-Molukse identiteit kon ontwikkelen en behouden blijven. Het is zelfs nog meer verwonderlijk dat zo’n gemeenschappelijke identiteit niet beperkt is gebleven tot een bepaald eiland en/of tot een bepaalde godsdienst, maar mensen over de verschillen-de eilanden en de religieuze grenzen heen werkelijk met elkaar kan verbinden, zoals dit inderdaad het geval is in de Midden-Molukken.

Wat is Pela?

De belangrijkste rol bij het ontwikkelen en het handhaven van deze gemeenschappelijke etnische identiteit moet toegeschreven worden aan het pela-verbintenis-system, de belangrijkste eigen-Molukse instelling om betrekkingen buiten het eigen dorp tot stand te brengen. ‘Pela’ is een verbintenis tussen een of meer dorpen, vaak op verschillende eilanden en behorend tot verschillende gods-diensten. Hoewel ieder dorp maar één of enkele pela-schappen heeft, is het totaal-effect van dit dichte netwerk van elkaar kruisende verbintenissen zo sterk, dat alle bewoners van de Midden-Molukken betrokken zijn bij de pela-gedachte en daarin het idee van een eenheid beleven, waar allen in delen.

Het pela-schap vindt zijn ontstaan in het grijze verleden, lang voordat de Europeanen de “specerijen-eilanden” bezetten, op zoek naar kruidnagel en noot-muskaat. Waarschijnlijk is het begonnen als een bondgenoot-schap in de tijd van het koppensnellen, maar gedurende de Portugese en Nederlandse veroveringen in de 16e en 17e eeuw, werd het pela-schap aangewend om de vreemde indringers te weerstaan en om elkaar te helpen in tijden van nood. In feite zijn er nog al wat pela-verdragen, die in die periode werden aangegaan, vaak tussen moslimse en (pasgedoopte) christendorpen, en die nog tot op heden bestaan. Veel nieuwe pela-schappen werden aangegaan gedurende het laatste wanhopige verzet tegen het Hollandse kolonialisme, de zgn. Patimura-oorlog aan het begin van de 19e eeuw. Toen deze strijd verloren was en het gebied door een economische depressie werd getroffen, werden pela-verdragen gesloten als een middel om toegang te krijgen tot voedselbronnen; in die tijd gingen veel arme dorpen van Ambon-Lease verbintenissen aan met de sagorijke dorpen op Seram. Momenteel is het pelaschap in volle bloei, met name als een instrument van Molukse identiteit binnen het geheel van de Indonesische staat, maar ook als een middel tot dorpsontwikkeling zonder regeringssteun.

Drie soorten Pela

In wezen zijn er 3 vormen van pelaschap, namelijk:
1) De harde pela (pela keras),
2) De “baarmoeder-pela” (pela gandong of bungso),
(3) De zachte pela (pela tempat sirih).
De harde pela ontstond in een situatie die diep in het leven ingreep, meestal in verhand met een gewapend konflikt, zoals bijvoorbeeld bij het vergieten van bloed, bij onbesliste veldslagen of wanneer het ene dorp op een bijzondere wijze het andere dorp te hulp gekomen was.

De tweede vorm van pelaschap is gebaseerd op verwantschaps-bindingen; in dit geval gaan verschillende calns (mata rumah’s) in de dorpen van het bondgenootschap uit van gemeen-schappelijke voorouders; deze gemeenschappelijke herkomst wordt dan bij het aangaan van het verdrag van toepassing verklaard op het dorp als geheel.

Het ‘zachte’ pelaschap wordt meestal aangegaan na een minder ingrijpend voorval, zoals bij het herstellen van vreedzame betrekkingen na een klein incident of nadat een dorp een gunst aan een ander dorp heeft bewezen. Het wordt ook aangewend om handelsbetrekkingen aan te gaan. Bij alle gelegenheden en doelstellingen funktioneren de harde pela en de “verwantschapspela” op praktisch dezelfde manier. Beide worden gesloten met een krachtige eed, die versterkt wordt door een vreselijke vervloeking van wie ook maar de overeenkomst zou verbreken. Een mengsel van palmwijn en bloed van de leiders van de twee partijen wordt gedronken nadat de wapens en andere scherpe voorwerpen erin gedompeld zijn. Deze voorwerpen zullen zich tegen elke overtreder keren en hem doden. Het uitwisselen van bloed bezegelt de broederschap.

Strenge straffen

Het pelaschap wordt beschouwd als een blijvende en onverbrekelijke broederschap tussen alle mensen van de verbonden dorpen. Er liggen vier gedachten aan de pela ten grondslag:

1. de dorpen die een pela-verbintenis hebben aangegaan helpen elkaar in tijden van nood (vatuurramp, oorlog, etc.)

2. Als erom gevraagd wordt zal het ene dorp het andere moeten bijstaan als het gaat om grote gemeenschapsprojekten, zoals het bouwen van kerken, moskeeën en scholen.

3. Als personen hun pela-dorp bezoeken mag hun geen voedsel geweigerd worden, noch zullen ze toestemming behoeven te vragen, als ze vruchten plukken of andere opbrengsten van het land mee naar huis nemen.

4. Alle bewoneers van dorpen, die met elkaar een pela-verbintenis hebben, worden geacht van hetzelfde bloed te zijn, dus huwelijken tussen pela-genoten worden als incest beschouwd.

Elke overtreding van deze regels wordt streng gestraft dootr de voorouders die de pela-verbintenis zijn aangegaan. Deze straf bestaat uit het veroorzaken van ziekte, dood of ander ongeluk bij de overtreders of zelfs bij jun kinderen. Degenen die het huwelijks-taboe doorbreken moeten, als ze gepakt worden, rond hun beide dorpen lopen, alleen gekleed in kokospalmbladeren met-de dorpsgenoten scheldend en verwensend achter hen aan.

Hier staat tegenover dat de ‘zachte pela’ wordt gesloten zonder eedsaflegging met alleen het uitwisselen en samen kauwen van sirih, een oude gewoonte om vriendschap tussen vreemden tot stand te brengen (‘tempat sirih’ is het doosje waarin de betèlnoot bewaard wordt). Dat is ook precies wat de ‘zachte pela’ is, een vriendschappelijk verdrag. Men mag onderling huwen en elke hulp die men elkaar zou kunnen geven is vrijwillig en geschiedt niet onder dreiging van voorouderlijke sancties.

Het ‘heet-maken’ van de Pela

Om de pela levendig te houden en om de jeugd bij hun verplichtingen te bepalen, wordt er van tijd tot tijd door de pela-bondgenoten een plechtigheid gehouden om de pela “opnieuw warm te maken” (‘bikin panas pela’). Bij deze gelegenheid komen alle bewoners van de partnerdorpen voor een week bij elkaar in een van de dorpen om hun verbondenheid te vieren, gepaard gaande met een vernieuwing van de eed, feestelijkheden, zang en dans.

Het systeem zoals hierboven is beschreven werkt nog steeds heel goed in de Midden Molukken. Door het toenemende besef van eenheid en gemeenschappelijke identiteit, dat we al eerder noemden, worden regelmatig plechtigheden gehouden om de pela te vernieuwen. En ook zijn een aantal nieuwe pela-schappen (meest ‘zachte’ pela’s) aangegaan sinds de Tweede Wereldoorlog, vooral tussen Moslims en Christenen, min of meer met de bewuste bedoeling om de banden tussen de beide groepen hechter te maken. We kunnen zeggen dat door het bestaan van het pela-systeem vijandigheden tussen Moslims en Christenen tot een minimum beperkt zijn gebleven – in tegensteeling tot elders in de wereld. In de praktijk zijn er veel kerken, moskeeën en scholen gebouwd met de royale hulp van de pela-partners, die voorzagen in arbeidskrachten, materialen, geld en/of levensmiddelen, waardoor deze projekten tot stand konden komen zonder hulp van de overheid.

Pela in Nederland

De pela – verbanden tussen de tussen de Molukkers in Nederland zijn zeker zo sterk gebleven. De situatie bij deze lagust4e groep is natuurlijk nog veel ingewikkelder, omdat de pela-partners dikwijls in dezelfde woongemeenschap leven en er dikwijls dagelijks kontakten met pela-genoten zijn, of in ieder geval zeer regel-matig, terwijl in de Midden Molukken de pela-genoten ver van elkaar wonen en elkaar zeler speciale voorzorgsmaatregelen getroffen worden om te voorkomen, dat jonge mensen van één pela verliefd op elkaar worden. Men wijst elkaars pela-genoten aan en laat ze met elkaar kennis maken bij familie-feesten (bij de doop, belijdenis-doen, huwelijk en begrafenis). De jonge mensen worden vermaand om met elkaar om te gaan alsof ze eigen broers en zusters zijn.

Met wie je niet mag trouwen

Een complicerende faktor is de afwijkende manier, waarop de Molukkers in Nederland de pela laten gelden. In de Molukken zelf kent men alleen de pela van vaders zijde van herkomst. Dit heeft zijn grond in de maatschappelijke regel, dat als een meisje trouwt zij haar eigen familie verlaat en gaat behoren tot de familie van de man, nadat deze de bruidprijs (harta kawin) heeft betaald; de vrouw wordt officieel opgenomen in zijn familie tijdens het huwelijksfeest (kawin adat) in het oude familiehuis van de mata rumah (rumah tua). Alle kinderen die zij daarna ter wereld brengt behoren alleen tot de familie van haar man en hebben dientengevolge alleen de pela(s) van zijn dorp, gewoonlijk èèn of twee; soms, weliswaar zelden, oplopend tot zeven pela-verbintnissen.

In Nederland laten die Molukkers niet alleen de pelaschappen van vaderszijde, maar ook van moederszijde gelden, bovendien nog soms zelfs nog van èèn of meer voorgande generaties. Eèn persoon kan so vastzitten aan een groot aantal pela-verbintnissen, die hem of haar ernstig in de weg staan bij het kiezen van een huwelijkspartner. Did zou al een faktor kunnen zijn bij het toenemend aantal molukse huwelijken buiten de eigen etnische groep.

Een ander belangrijk verschil is, dat in de Molukken de pela-genoten meestal met elkaar in kontakt treden op het niveau van twee dorpsbesturen, terwijl in Nederland die relaties tussen de individuele pela-genoten op de eerste plaats komen. Maar waneer ook maar de hulp wordt gevraagd door een pela-dorp in de Molukken, dan zal de dorpsvereniging van dat dorp in Nederland (kumpulan) zeker geld proberen in te zamelen en op te sturen.

Tenslotte is ook in Nederland de pela een belangrijk symbol geworden van molukse identiteit een eenheid en heeft derhalve een grote emotionele betekenis voor meeste Molukkers. Dit komt, gedeeltelijk althans, omdat het pela-systeem uniek moluks is en geen enkel equivalent vindt in de nederlandse samenleving. Het geeft het volk een gevoel van eigenwaarde en zelfrespekt, dat belangrijk is om te overleven als een eigen gemeenschap te midden van een multi-etnische samenleving.